„De tijden van de Sovjet-Unie met modelmensen, in modelwoningen, in een
modelsamenleving herleven in de grijze massa van mannen als Jan van der Meer en
Noël Vergunst.” Voordat u verder leest, probeer eerst eens te raden
van wie deze hitsige beschouwing over het verkiezingsprogramma van GroenLinks
afkomstig is. En nee, het is niet geschreven door een plaatselijke variant van
het domme blondje dat zich met waterstofperoxide een arisch uiterlijk tracht
aan te meten en wiens broer oproept niet op dit zwarte schaap in de familie te
stemmen. En ook nee, dit is niet een van de vele onzinnige kreten die op
GeenStijl verschijnen.
Dit gekwaak komt uit de koker van de in Duitsland wonende chef redactie stad
van De Gelderlander die in een wekelijkse column zijn gedachtespinsels laat
gaan. Deze uitgeburgerde Nijmegenaar die het Duitse dorpsleven verkiest boven
het trots wonen in de oudste stad van Nederland, is er ook niet vies van om te
dwepen met rasechte Nimwegenaren. Daarbij stellend dat inwoners van Nijmegen
wier wieg elders staat de mond moeten houden.
Deze omhooggevallen sportverslaggever, die dagelijks vanuit Kranenburg met de
auto naar de redactieburelen tuft in plaats van in de stad te wonen waar je
werkt en over schrijft, blaat net zo gemakkelijk verwilderd door over het
fileleed.
„De eerzame belastingbetaler die iedere dag braaf van A naar B en weer
terug rijdt om zijn dagelijkse brood te verdienen en onze economie draaiende te
houden wordt moreel veroordeeld als een halve crimineel die files veroorzaakt
en het milieu verziekt.”
Dat er eerzame, hardwerkende belastingbetalers zijn die verstandig dicht bij
hun werk wonen, ontgaat deze mannelijke hittepetit. Om vervolgens nog even door
te toeteren: „Wie gewoon netjes werkt, wegenbelasting en bpm betaalt,
heeft doodsimpel recht op goede filevrije wegen.”
In dat opzicht was Pim Fortuyn tenminste een realist. Hij verkondigde niets te
doen aan de files. Want de file, dat ben je zélf. En meer asfalt maakt
meer files.
Al met al geeft Jaap van Essen, want zo heet deze nota bene bij De Nijmeegse
Stadskrant begonnen redacteur, met zijn columns een prima doorkijkje in het
troosteloze gedachtegoed bij De Gelderlander. En dat verklaart meteen de
rechtse journalistieke keuzes van het Nijmeegse katern bij de verslaggeving van
de plaatselijke politiek.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel mensen De Gelderlander niet van
harte lezen, maar slechts noodgedwongen vanwege het regionale dagbladmonopolie.
Het is bepaald geen krant om verknocht aan te raken zoals Het Parool.
Misschien kan Van Essen zich maar beter weer alleen op sport toeleggen. Want
met zo’n chef moet de directie niet vreemd opkijken dat De Gelderlander
in oplage terugloopt doordat het aansluiting mist bij de Nijmeegse bevolking.
Wie zich afvraagt waarom hij of zij zich zo vaak ergert aan de berichtgeving in
De Gelderlander, vindt in de schrijfsels van de leidinggevende Van Essen het
antwoord.
Om in de trant van Van Essen af te sluiten: dat er journalisten zijn die uit
frustratie stemmingmakerij bedrijven in plaats van ingewikkelde problemen goed
uit te leggen, dat is wat er echt fout is in medialand. Het is niet altijd even
simpel.