[ vooraf ]
---
De Montage

---
[ recensies ]
---
De Stadskrant Verse Patattest
---
Tuesday Night Live
---
In gevecht met een luipaard in Namibië
---
[ verder ]
---
|Column|
Intrigant

---
Nijmeegse Zaken
---
[ cartoon ]
---
Nijmeegse archeologen misleid
---
[ meest gelezen ]
---
Artikel:
„Ik kan het filmen niet laten"
Editie: december 2007

---
Artikel:
Niet de Grotestraat maar de Nonnenstraat
Editie: mei 2009

---
Artikel:
„Als sportredactie waren we het buitenbeentje”
Editie: mei 2007

---
Artikel:
Bekend Nederland beuzelt
Editie: september 2004

---

--==Nijmeegse artsen terug uit Pakistan==--
Met kaarslicht en boormachines opereren

Ruim zeshonderd slachtoffers van de aardbeving in Pakistan opereerde Ruud Eijk samen met drie andere artsen van het Radboud Ziekenhuis Nijmegen en een collega uit een privé-kliniek in Mill. Voor de artsen, die door de hulpverleningsorganisatie Cordaid waren uitgezonden, was het in de eerste drie weken van november soms lopendebandwerk onder de meest primitieve omstandigheden.

door Rebecca Wolf

Hele dorpen zijn verdwenen. Ruim tachtigduizend doden en vijftigduizend slachtoffers liggen nog steeds onder de puinhopen. Dat is de situatie in Noord-Pakistan na de aardbeving op 8 oktober van dit jaar. Belangrijker: er zijn nog veel mensen die geholpen kunnen en moeten worden. Anesthesist Ruud Eijk maakte met zijn team werkdagen van dertien tot zestien uur. Hun leven in Pakistan bestond uit eten, slapen en opereren. „Voor een bepaalde tijd is dat geen probleem. Je stelt je erop in als je weet dat het eindig is”, zegt Eijk.
Naast Eijk bestond het team uit anesthesioloog Bas Gerritse, orthopedisch chirurg Maarten de Waal Malefijt, revalidatiearts Henk van der Meent en plastisch chirurg Gabriël Janssen. De artsen werkten in het DHQ-hospital in Mansehra in Noord-Pakistan. Ze deden dit onbetaald en namen hiervoor vakantiedagen op of, zoals Eijk, ruilden diensten met andere medewerkers. „Dat vonden mijn collega’s geen probleem”, vertelt de IC-specialist. „Ze staan achter mij en zeiden dat ze liever een nacht op de Intensive Care willen werken, dan vijftig euro op een rekening storten.”
De Nederlandse hulpverleners kwamen de Pakistaanse artsen, die de hoeveelheid patiënten niet aankonden, bijspringen. Sommigen van hen waren al weken niet meer van het ziekenhuisterrein af geweest en moesten nodig wat rust nemen.
De hulpverleners behandelden in Mansehra vooral mensen met botbreuken. Daarnaast hielp het team ook slachtoffers met brandwonden, veroorzaakt door bijvoorbeeld hete olie die mensen tijdens de aardbeving over zich heen hadden gekregen. „Als de wonden goed genezen, kunnen de mannen en vrouwen weer werken. Ze hoeven dan niet als parasiet te leven en te bedelen, maar leiden weer een volwaardig bestaan”, legt Eijk uit.


Het DHQ-hospital in Mansehra.
foto's: Ruud Eijk


Dode mus

Soms moesten de artsen onder de primitiefste omstandigheden werken. Een straalkachel als verwarming op de operatiezaal, boormachines, betonscharen en handzagen als instrumenten, en kaarsen en een zaklantaarn als verlichting tijdens een stroomuitval zijn maar enkele van de dingen die het team meemaakte. „Het moeilijkste was echter het georganiseerd krijgen van de patiëntenstroom. „De mensen stonden er al ’s ochtends om negen uur en bleven de hele dag wachten totdat ze aan de beurt waren”.
Ruud Eijk aan de slag in de geïmproviseerde operatiekamer.
Daarnaast kampte het Nijmeegse team met de taalbarrière. De Pakistaanse artsen en verpleegkundigen spraken maar gebrekkig Engels en de Nijmeegse artsen omgekeerd nauwelijks de lokale talen. „Als ze je niet verstonden, liepen ze gewoon weg en kwamen niet meer terug”, vertelt de IC-arts over de Pakistaanse operatieassistenten. „Ook moest je bijvoorbeeld meerdere keren checken of je daadwerkelijk de ampul met het goede medicijn in de goede hoeveelheid had omdat je de vaak Arabische opschriften niet kon lezen.” Dat de mensen in Pakistan blij waren met hun hulp, werd de Nijmegenaren ondanks de taalbarrière wel duidelijk. Eijk: „Het ziekenhuispersoneel liet ons weten het zeer te waarderden dat wij van zo ver waren gekomen en we het niet te min vonden om hen te helpen. We mochten gratis meerijden met taxi’s en mensen gaven ons fruit om het team te bedanken.”
De Pakistani zijn volgens Eijk nu nog lang niet voldoende geholpen. „Het is nu winter. De mensen leven in geïmproviseerde tenten, gemaakt van takken met plastic eroverheen. Veel kinderen en ouderen lopen de kans te overlijden aan longinfecties. Het westen moet blijven helpen.” Tijdens het werk had Eijk geen tijd om lang na te denken over al deze ellende. „Dat kwam pas later toen ik weer thuis was”, aldus de arts. „Hier stonden de media vol met een verhaal over een dode mus. Daar kan je dan gewoon niet bij.” Eijk is even stil en vervolgt dan zonder van een triest verhaal een tranentrekker te willen maken: „Ook de eerste dagen op de afdeling in het ziekenhuis waren moeilijk. Je beseft ineens in wat voor luxe wij hier leven. Ik denk dat ik voor ons hele team spreek als ik zeg dat wij allemaal heel dankbaar zijn hier te leven.”


Overleg situatie tussen arts van Medicin sans frontières en Maarten de Waalmalefijt. Op de achtergrond het programma van de operatiekamer.

 

Webmaster: Joris Teepe