[ vooraf ]
---
de Montage
---
[ recensies ]
---
De wereld ontmoet Boeijen
---
Een ‘vrolijke’ tocht door ’t Nimweegse
---
[ verder ]
---
Nijmeegse Zaken
---
Kort en bondig
---
[ Braams blik ]
---
Henk Braam kijkt naar Nijmegen
---
[ cartoon ]
---
Introductie 'tassenbol' bij supermarkten
---
[ meest gelezen ]
---
Artikel:
Niets te koop, alles te geef Editie: juli 2013

---
Artikel:
Polderen over fietsen in de stad
Editie: maart 2007

---
Artikel:
Behoefte aan het oorspronkelijke
verdwijnt nooit
Editie: juli 2013

---
Artikel:
Zinloos gestraf

Editie: juli 2013
---


--==Terugkeer sociale functie voor dakloze==--
Straatmagazine nieuwe impuls voor verkopers

Na bijna twaalf jaar kwam er een einde aan het vertrouwde straatbeeld van de Impuls. Ruim tien jaar zorgden betrokken redacteuren en verkopers dat het straatleven bij het behuisde publiek aan bekendheid won. Nu zijn er opnieuw verkopers van een straatkrant te vinden, deze keer met het vanuit Rotterdam bestierde Straatmagazine. Voor de verkopers is dit de terugkeer van een voor hen zo belangrijke sociale functie.

door Arnout Drent

Sinds dit jaar is er bij enkele supermarkten weer een straatkrant te koop, het Straatmagazine. Nadat in september de stekker uit de ‘oude’ Impuls was getrokken, zocht het Nijmeegs Daklozen Overleg naar een toekomstig alternatief. Even borrelde de gedachte aan een doorstart van de Impuls in de discussies op, maar dit bleek financieel geen haalbare kaart. Verkoper van het eerste uur, Theo ‘Swiebertje’ (49), staat al enkele maanden met veel vriendelijkheid op ‘zijn’ stekkie, de ingang bij de Albert Heijn aan de Molenweg. „Een prima plek. Ik verkoop niet altijd even veel, maar ik krijg van een boel mensen kleingeld, en eten en drinken toegestopt. Ik vind het hier beter lopen dan bijvoorbeeld in het centrum”. Theo is blij dat hij weer een straatkrant kan verkopen. Het ziet er volgens hem weer goed uit, net als in de gloriedagen van de Impuls.

In 1996 richtte een voorganger van IrisZorg de daklozenkrant Impuls op. Oprichter Rien Jans was aanvankelijk hoofdredacteur. Na diens vertrek in 2000 fungeerde Mark van de Laar een paar maanden als interim-hoofdredacteur. Kort daarna kreeg Van de Laar het verzoek om bij de krant terug te keren, deze keer als hoofdredacteur voor onbepaalde tijd.


Eigenwaarde


Vanuit Arnhem stuurde hij freelance-redacteuren en -fotografen aan. Vergaderingen waren een zeldzaamheid, de meeste onderlinge contacten verliepen per telefoon en e-mail. Redactionele ideeën kwamen op een inventarisatielijst vanwaaruit eenieder kon grabbelen naar een leuk onderwerp. Kern van het verspreidingsgebied vormden Arnhem en Nijmegen. Later kwam daar Apeldoorn bij, daarna Deventer, maar die stad viel later weer af, en in de eindperiode sloot Doetinchem zich aan. Dit om de teruglopende verkoop te compenseren met een ruimer gebied.

Met de inzet van zo’n twintig tot dertig freelancers kwam een redactionele inhoud tot stand met naast aandacht voor daklozen de nodige interviews met bekende Nederlanders en regionale onderwerpen. Op haar hoogtepunt was de krant goed voor een maandoplage van rond de 20.000 exemplaren. Zo kon, zonder subsidies, de Impuls haar drukkosten betalen en de freelancers hun artikelen vergoeden.

Hoewel de medewerkers elkaar zelden troffen, voelden zij zich wel verbonden en betrokken. „Mensen opperden zelfs vanaf hun vakantieadressen onderwerpen en stuurden artikelen op. Een echte zwerver trok door Europa en stuurde, gedurende een aantal jaren, elke maand een fax met zijn laatste bevindingen.” Na verloop van tijd trok de Impuls landelijke aandacht en pikten tv-programma’s als Man bijt Hond en Hart van Nederland haar onderwerpen op. Verder was er samenwerking met de meeste andere Nederlandse straatkranten. Internationaal was er aansluiting met de Britse straatkrant Big Issue, waarmee een uitwisseling van artikelen groeide.


Verkoper Theo voelt zich ‘thuis’ op zijn plek bij Albert Heijn.
foto: Art Wubben


Van de Laar legt uit dat de Impuls begon als werkervaringsproject om daklozen meer eigenwaarde te laten ontwikkelen en zelf voor hun inkomen te laten zorgen. Via hun artikelen droegen de redacteuren bij aan meer bekendheid met het straatleven onder de lezers. Daarnaast gaven enkele vrijwilligers en verkopers voorlichting op scholen. Dat had een dusdanige waardering tot resultaat dat scholen zelf contact opnamen om de voorlichters uit te nodigen.

Hij verbaast zich er nog altijd over hoe weinig mensen weten van het daklozenbestaan. De soms matige interesse steeg alleen in de kerstperiode. „Dan leek het wel of mensen hun schuldgevoel wilden afkopen en waren ze veel eerder geneigd een straatkrant te kopen. De rest van het jaar was de interesse toch beduidend minder.” In de loop der jaren groeide in algemene zin de bekendheid met en dienstverlening aan daklozen, doordat met name de opvang sterk verbeterde. „Feitelijk zijn we ten onder gegaan aan ons eigen succes”, meent Van de Laar.


Thuisloos


„Mijn leven is eigenlijk gevormd door Swiebertje. Daar keek ik vroeger vaak naar en ik deed hem dan na.” Theo weet zichzelf treffend te karakteriseren. Tussen alle straatjunkies en verstoten asielzoekers lijkt hij nog het meest op de klassieke tv-zwerver. Zijn beleefdheid, belangstelling en eerlijkheid maken hem tot een veel aangesproken straatkrantverkoper.

Geboren en getogen in Amsterdam leerde hij het verkopen al door als jongen koeken aan de man te brengen. Na tweeënhalf jaar rozenkwekerij, potplantkwekerij, logistiek werk in de levensmiddelenbranche, verkaste Theo, vanwege een jeugdliefde op zijn zeventiende naar Nijmegen. Daar werkte hij voor de Nederlandse Boekenclub, in de bouw in Beek, en via uitzendbureaus bij diverse fabrieken in Cuijk, als vrijwilliger in een afkickcentrum en achter de bar bij Doornroosje.

Na anderhalf jaar volgde een verhuizing naar Gennep. Lang duurde zijn verblijf daar niet, want na enige tijd begon hij rond te zwerven. Menig Nijmeegs kraakpand zag hij van de binnenkant. Een daarvan is gevestigd aan de Schoolstraat in Bottendaal. Op verzoek van de gemeente mocht Theo daar wonen, zolang het pand maar leeg bleef tot de geplande renovatie. Voor wat hoort wat, dacht hij en stelde als voorwaarde dat hij mocht terugkomen als de renovatie was afgerond.

In 2002 meldde Theo zich aan bij de Impuls. Met behoud van uitkering begon hij te verkopen op, naar zijn idee, de moeilijkste plek in de stad, voor de huidige bibliotheek. „Ik verkocht de eerste dag al gelijk tien krantjes en slaagde erin om binnen een maand tijd de beste verkoper te worden. Van de opbrengst van 1,50 euro per exemplaar mochten verkopers 60 eurocent zelf houden. Dat was voor hem letterlijk een impuls om door te gaan. Sinds januari 2006 doet hij dat bij de AH aan de Molenweg.


Mark van de Laar: „De Impuls gaf daklozen een gezicht .”
foto: Jan Lintsen


Theo voelt zich niet dakloos, maar wel thuisloos. Het pand dat hij nu met zijn huidige vriendin deelt, geeft hem geen thuisgevoel. Het straatleven bevalt hem dan ook best. Te veelvuldig en langdurig thuiszitten is volgens hem te veel een verleiding. „Als je lang thuiszit, ga je je vervelen. Alcohol en drugs komen dan al snel om de hoek kijken. Ik drink wel bier en rook ook wel wat, maar ik wil niet zo iemand zijn die na het opstaan direct op jacht gaat naar drugs. Als je bezig bent zoals met de straatkrant, is het leven zelfs goedkoper, want dan heb je minder tijd om geld uit te geven”, grinnikt hij.


Plezier


De laatste Impuls kwam in augustus 2007 uit. Het aantal verkopers was flink geslonken tot slechts ongeveer zeven. De gemiddelde oplage van 13.000 was teruggelopen naar een kleine 7000 exemplaren. Van de Laar: „Van de oude garde verkopers was een aantal overleden en anderen waren vertrokken met onbekende bestemming. Daar kwam nauwelijks aanwas voor terug. Samen met gestegen drukkosten betekende dit het einde van de Impuls.

Ondanks het geregelde en goede contact tussen redacteuren en verkopers, lopen de ervaringen over de Impuls-tijd op enkele punten wat uiteen. Zo volgde verkoper Theo de ontwikkelingen letterlijk onder zijn neus. De eerste jaren had de straatkrant een glossy vormgeving en een prima drukkwaliteit. Geleidelijk aan boette het papier aan kwaliteit in, terwijl de prijs via 1,60 naar 1,90 euro steeg, waarvan 70 cent voor de verkopers.

De teloorgang van de Impuls kwam volgens Theo met de overstap naar tabloid-formaat op kringlooppapier. „Mensen kochten de krant niet meer zo graag. De prijs was verhoogd naar 1,90 euro en het ongeniete, onhandige tabloid nodigde niet uit om te lezen. Bovendien was het voor ons als verkopers een ramp. Als de kranten na verloop van tijd niet verregenden, dan vergeelden ze wel in de zon.”

Vanuit IrisZorg kwam het besluit er een punt achter te zetten. Van de Laar zag een dergelijk scenario al aankomen en stopte met zijn hoofdredacteurschap een maand voor het officiële einde. Dit besluit leidde nog tot aandacht van menig medium. „De pers benaderde ons massaal, van de Volkskrant, Trouw en De Telegraaf tot de NOS aan toe”, weet Van de Laar zich te herinneren.

Voor Theo, die slecht niets kan doen en liever een straatkrant verkoopt, is de aansluiting bij het Straatmagazine begin november vorig jaar zeer welkom. Als medisch patiënt heeft hij geen sollicitatieplicht meer. Veel hoop op een terugkeer naar de arbeidsmarkt heeft hij gezien zijn leeftijd niet meer. Maar hij houdt van zijn straatleven en verkoopt het Straatmagazine voorlopig nog met veel plezier. •

 

Webmaster: Joris Teepe