[ vooraf ]
---
Tegenstrijdige adviezen
---
Grootste Nijmegenaar
---
De Montage
---
[ recensies ]
---
|Poëzie|
Naïef monster

---
|Uitgaan|
Nijmeegs bier in De Hemel

---
[ verder ]
---
|Column|
Intrigant

---
Nijmeegse Zaken
---
[ cartoon ]
---
Nieuw De maanlanding
---
[ meest gelezen ]
---
Artikel:
Bekend Nederland beuzelt
Editie: september 2004

---
Artikel:
Vanuit Nijmegen groot geworden
Editie: maart 2007

---
Artikel:
Pierson mot blieve!
Editie: mei 2006

---
Artikel:
Bencer krijgt zonder Spud meer smoel
Editie: mei 2006

---

--==Verkiezing in Roosjes achterkamer==--
Merijn Hilte de eerste stadsdichter

Merijn Hilte is sinds de Koninginnenacht de eerste Nijmeegse stadsdichter. Tijdens de verkiezing in Doornroosje versloeg hij Guido Hogenbirk en de als derde geëindigde Marjolein Pieks. Pieks stond al bij voorbaat in de finale omdat ze in november 2004 het idee lanceerde. Floris Habets was een van de zeven genomineerden die zijn plaatsje moest bevechten. Samen met de andere genomineerden betreedt Habets de kleine zaal van poptempel Doornroosje. De zwartgeverfde muren en een wirwar aan kabels zijn weinig poëtisch. Het felle licht maakt de oranje banieren aan de wand flets en de muziek staat hard. Een handjevol mensen kijkt naar het klaarzetten van een microfoon en enkelen staren naar het grote videoscherm achter het katheder. Dat toont een man op een scootmobiel. Hij rijdt een telkens terugkerend parcours.

door Job van der Meer

Uit zijn gekregen envelop haalt Habets een velletje papier. Zijn bruine tweed jasje hangt slordig over zijn schouders en met priemende ogen kijkt hij door zijn bril. “Wat er in die envelop zat? De planning van de avond. Niet eens een consumptiebon.” Habets is filosoof. Hij schreef het boekje ‘Het Wiel is Rond’ en stuurde voor de grap een gedichtje in. Een kritisch, dat wel. Want een ode aan Nijmegen, zoals de organisatie verlangde, is niet zijn stijl. Nu overheersen de zenuwen, want straks moet hij voor de steeds voller lopende zaal zijn gedicht voordragen.
Nadat de muziek wordt getemperd en de lichten doven, komt er sfeer in Roosje. Habets is sceptisch. Volgens hem is de verkiezing een farce en wordt de uitslag bepaald door wie de meeste vrienden in de zaal heeft. “Pieks heeft natuurlijk veel mensen opgetrommeld om te stemmen. Ze staat ook al zonder voorronde in de finale.” Dan komt ze binnen. Het publiek veert even op en Pieks geeft alle dichters een hand, ook Habets. Hij heeft niet de illusie dat hij wint. Terwijl Habets plaatsneemt op de voorste rij, pakken zijn vrouw en drie kinderen het groene stembiljet. Ook Habets maakt een kans. Het publiek kiest weliswaar een finalist, de jury bepaalt de andere twee.
Bij Habets’ korte motivatie voor het stadsdichterschap ontstaat voor het eerst rumoer in het publiek. “Ik woon al veertig jaar in Nijmegen en heb een blanco strafregister. Dat lijkt mij voldoende kwalificatie voor de functie van stadsdichter.” Zijn gedicht verhaalt over het mooie, maar verloren Nijmegen van weleer. Het publiek is overtuigd maar Habets’ kritiek blijft niet onbestraft. De jury vraagt zich hardop af of hij wel van Nijmegen houdt.
De dichters dragen voor. De spot staat op het katheder en het videoscherm toont hun gezichten vergroot. Pieks roept zichzelf ter motivatie uit tot stadsdichteres. Harry van de Vijfeijke acteert een wedstrijd NEC-Vitesse. Na de zichtbaar nerveuze Mark Eyck en Wouter Bok, volgen gedragen voordrachten van Paul van den Broek, Merijn Hilte en Guido Hogenbirk. Juryleden Ton Hirdes, wethouder voor cultuur, en PvdA-raadslid Renate Bos vragen de kandidaten of ze in opdracht kunnen schrijven. Ze waarschuwen dat de gemeente hun gedicht moet goedkeuren. Habets’ gezicht blijft onbewogen. Hij klapt voor iedereen. Op zijn schoot ligt het programma. Het loopt uit.

Biertje

“Die Van de Vijfeijke is een aardige vent”, zegt Habets na afloop lachend. “Hij vond mijn gedicht mooi en zei: ‘Wist jij dat de winnaar met zijn gedichten ook in De Brug verschijnt?’ Toen bleek dat we niet bij de laatste drie zaten, zei hij dat ons dat toch mooi bespaard is gebleven.” De stadsdichter moet gedurende een jaar zes gelegenheidsgedichten schrijven, voordrachten doen op begrafenissen van mensen zonder nabestaanden en meewerken aan projecten op scholen. Hiervoor krijgt hij 4500 euro.
Habets’ scepsis is verdwenen. “Het was toch een leuke avond.” Zijn vrouw roept enthousiast: “En je kreeg meer stemmen dan alleen van ons.” Met tien stemmen eindigde Habets op de zesde plaats. Een teleurgestelde Pieks gaf sportief toe dat winnaar Hilte een goede dichter is, maar uitte ook kritiek. “Democratisch? Je moet al dertien euro betalen om binnen te komen.” Ze nam bewust geen vrienden mee omdat ze het op eigen kracht wilde doen.
Jan van der Meer, die het initiatief van Pieks op de agenda zette van de Nijmeegse raad, blikt tevreden terug op de verkiezing. Terwijl Habets huiswaarts keert om met zijn gezin thuis nog een biertje te pakken en de muziek in Roosje weer te hard staat voor een normaal gesprek, zegt Van der Meer over Hilte: “Hij kan Nijmegen als literaire stad goed vertegenwoordigen. En als hij het niet goed doet, stemmen we hem volgend jaar gewoon weer weg.”

 

Webmaster: Joris Teepe