[ recensies ]
---
Afhaalaziaten onder de loep
---

[ verder ]
---
|Column|
Intrigant

---
Nijmeegse Zaken
---
Kort en bondig
---
[ cartoon ]
---
Nieuwe burgemeester
---
[ meest gelezen ]
---
Artikel:
Niets te koop, alles te geef Editie: juli 2013

---
Artikel:
Eddie en Alex van Halen
en hun Nijmeegse wortels <
Editie: februari 2011

---
Artikel:
Bona Baana:

Editie: juli 2013
---
Artikel:
Editie: juli 2013

---


--==Hangen, blowen en zuipen als cultuur==--

Jeugdige toekomst: blowing in the wind?

Af en toe een blowtje of een drankje kan toch geen kwaad? Dat lijkt de gangbare opvatting te zijn onder de jeugd, maar ook bij hun ouders en de politiek. Maar kan het ook echt geen kwaad? En blijft het wel bij af en toe? Is het topje van de nederwiet ook het topje van de ijsberg?

door Mike Donkers

Loop elke koopavond na acht uur door de stad en je ziet jongeren op de hoeken van de winkelstraten hangen terwijl je van de ene blowlucht in de andere belandt. „Hangen gebeurt allang niet meer omdat er voor de jeugd geen buurthuis is en ze zich verveelt,” stelt Nienke Geurts, jongerenwerkster van welzijnsorganisatie Tandem. Hangen is cool. En blowen en drinken ook. „Voor de huidige generatie is de drempel om te blowen en te drinken verlaagd. Grenzen zijn vervaagd.”

De Grift, het Gelderse centrum voor verslavingszorg, biedt een programma gericht op preventie van overmatig gebruik van softdrugs, alcohol en andere verslavende middelen door schoolgaande jeugd. Welzijnsorganisaties als Tandem, speciaal onderwijs als de Johan Vissersschool en hulpverleningsinstanties als De Waarden verwijzen probleemjongeren door naar De Grift.

Irmgard Poelmans werkt binnen De Grift met deze jeugd. Haar afdeling, het Cluster Preventie en Monitoring, probeert door middel van gesprekken en andere technieken te voorkomen dat de jongeren in een verdere neerwaartse spiraal belanden. In extreme gevallen kan het Cluster hen zelfs naar de afkickkliniek van De Grift in Arnhem doorverwijzen.
Dat klinkt nogal ernstig, maar het gaat hier om jongeren die al problemen hadden voordat drugs en alcohol een rol speelden in hun leven. Hoe groot is het gebruik onder de jeugd in het algemeen? Poelmans beroept zich op overheidscijfers. „Volgens het Trimbosinstituut, de informatiebron over verslavingsproblematiek van het ministerie van volksgezondheid, blowt een op de tien jongeren.” Drugsdeskundigen bekritiseerden echter datzelfde Trimbosinstituut begin juni in het VPRO-radioprogramma Argos vanwege het jarenlang negeren van de gevaren van nederwiet.

Een joint blijkt minder onschuldig dan werd gedacht.
foto: Max van Wel
Een andere overheidsstudie, uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, constateerde eveneens dat het wel meevalt met de gevaren van het Hollandse jointje. De sterkere wiet van de laatste jaren brengt weliswaar sterkere effecten teweeg, maar niet zo ernstig dat het middel als harddrug moet worden gezien. De CDA-kamerfractie, die om het onderzoek had gevraagd, typeerde het onderzoek vervolgens als „waardeloos” en „teleurstellend”.

THC

Poelmans en Geurts zijn het er beiden over eens dat de joint van vroeger absoluut niet te vergelijken is met de joint van nu. „Het THC-gehalte (tetrahydrocannabinol, de werkzame stof in cannabis, red.) is de afgelopen tien jaar verviervoudigd,” weet Poelmans. De website pharma.nl citeerde in een artikel van 25 mei dit jaar een ex-verslaafde: „Vroeger haalden we onze neus op voor nederwiet, maar inmiddels is die zo sterk geworden dat het een harddrug is. Je kunt er niet zomaar mee stoppen. Ik zie gebruikers financieel en sociaal vastlopen. Ze vertonen dezelfde symptomen als harddrugsverslaafden: ze hebben vaak geen cent meer, worden op straat gezet vanwege huurschulden, worden verstoten door hun familie, hun relaties verbreken en ze geven hun laatste cent uit aan wiet.”

Hebben we hier te maken met een hardnekkige onderschatting van een maatschappelijk probleem omdat de opvoeders van nu in hun jonge jaren ook stickies hebben gerookt? Daarover willen Poelmans en Geurts geen uitspraak doen, maar beiden geven wel toe dat er een grotere groep jongeren is die geregeld naar de middelen grijpt en die niet in de hulpverlening belandt. Geurts: „Als jongeren maar hard genoeg schreeuwen en heel aanwezig zijn, dan moet je daar wel wat mee als welzijnswerker of hulpverlener. Maar daarnaast is er nog een grote groep voor wie preventie heel belangrijk is.” Beiden noemen oorzaken als gezinsproblematiek en verveling, maar Geurts vindt groepsdruk ook een zwaarwegende factor. Poelmans meent dat pubers die bijvoorbeeld vanaf hun veertiende tot hun achttiende blowen een risicofactor vormen. „Bij jongeren die dagelijks blowen, gaat er bijna altijd iets niet goed. Het aantal cannabiscliënten bij De Grift is tussen 2001 en 2005 meer dan verdubbeld.”

Er zijn inmiddels overheidsplannen om burgemeesters de bevoegdheid te geven hangjongeren die overlast veroorzaken een straat- of wijkverbod op te leggen voor drie maanden. Is er een relatie tussen hangen, asociaal gedrag en het gebruik van middelen? Poelmans vindt dat een kip-of-eivraag. „Het is moeilijk te zeggen of jongeren blowen om problemen te vergeten of dat blowen de problemen juist veroorzaakt.” Poelmans constateert vooral dat voor jongeren op deze manier de ontwikkeling gedurende de jaren van volwassen worden grotendeels stil komt te liggen. „Blowen maakt ze heel passief. Daardoor gaat het niet goed op school, op het werk en in hun sociale leven.” Geurts vindt dat blowen en drinken ook tot agressief en negatief gedrag kan leiden. „De hersens van pubers zijn er nog niet klaar voor.”


Voor meer informatie: De Grift, Cluster Preventie en Monitoring, tel. 026-8451300

 

Webmaster: Joris Teepe