[ vooraf ]
---
Nijmegen graaft, bouwt en kijkt vooruit
---
[ Braams blik ]
---
Henk Braam kijkt naar Nijmegen
---
[ Cartoon ]
---
Groen Links wil voetpad langs busbaan van station naar Graafseweg legaliseren
---
[ Recensies ]
---
[ hoor ]
Van wild headbangen tot intens mijmeren

---
[ verder ]
---
|Column|
Dik Hout
Airport Nijmegen

---
|Column|
Nijmeegse Zaken

---
Kort en bondig
---
[ meest gelezen ]
---
Artikel:
Kort en Bondig

<
Editie: juli 2013

---
Artikel:
Eddie en Alex van Halen
en hun Nijmeegse wortels <
Editie: februari 2011

---
Artikel:
Linksom wandelen in het centrum
Editie: mei 2009

---
Artikel:
Niet de Grotestraat maar de Nonnenstraat
Editie: mei 2009

---

--== achtergrond ==--

Markant op de campus

De Radboud Universiteit Nijmegen is in feite de tweede universiteit in de Nijmeegse geschiedenis. In 1655 bevond zich op Nijmeegs terrein namelijk de Kwartierlijke Academie van Nijmegen. Een pestepidemie, de inval van de Fransen en geldgebrek richtten de academie in 1679 echter te gronde. Een kleine 250 jaar later, in 1923 om precies te zijn, werd de Katholieke Universiteit Nijmegen gesticht. In 2004 veranderde de KUN in Radboud Universiteit Nijmegen (RUN).

In deze special belichten we twee markante blikvangers op de campus van de universiteit: het Erasmusgebouw en het Huygensgebouw.


door Sylvi Geertsen

Erasmusgebouw

Het Erasmusgebouw, een van de markantste Nijmeegse punten, is een symbool van een architectonische era. De bouw van het hoogste gebouw van Nijmegen werd door de inwoners met argusogen gevolgd. In 1973 en 1974 stonden de kranten vol van het saaie gebouw met honderden ramen die geen van alle open konden, want anders werd het binnenklimaat verstoord. De sobere stijl van het gebouw bleek zowel uit zijn buiten- als binnenkant. Kleurige stoelen en schilderijen aan de muur konden de boodschap niet verhullen dat het gebouw was bedoeld om in te werken en te studeren.

Buiten werd het beeld van Erasmus geplaatst, boek in de hand, dikke jas aan. Dat is op zich vreemd want Erasmus heeft geen enkele verbintenis met de stad Nijmegen. Een beeltenis van bijvoorbeeld Edward Schillebeeckx (1914–2009) was voor de universiteit wellicht een meer logische keus geweest. Zijn niet aflatende inzet om te begrijpen en om eigen denkwegen te bepalen, zijn opstandigheid en vernieuwingsdrang zouden een plek pal voor de universiteitstoren rechtvaardigen. Misschien wel meer dan die van Erusmus. Al zal deze laatste met zijn Lof der Zotheid ongetwijfeld tal van studenten hebben weten te inspireren…

In een tijd dat hoge gebouwen een rariteit waren in Nederland, verlieten diverse faculteiten hun fraaie panden in en rondom het centrum van de stad en trokken naar de ‘blokkendoos’. Het gebouw ontketende ook een nieuwe vorm van protesteren: spandoeken voor de ramen werd een normaal straatbeeld in Nijmegen. Studenten en professoren die leden aan hoogtevrees, moesten hun angsten overwinnen. Liften die eenentwintig verdiepingen omhoog schoten en een met de wind meebewegende bibliotheek met uitzicht over heel Nijmegen heeft menigeen peentjes doen zweten. De toren, hoewel door enkelen nog steeds verguisd, heeft zijn plaats in Nijmegen verworven.

De groei van de campus in de loop der jaren heeft gezorgd voor centralisatie van de universiteit. De faculteiten en afdelingen van de Nijmeegse universiteit waren in den beginne gehuisvest in monumentale panden verspreid over de hele stad. Het onderhoud werd echter te duur en achter de centrale bibliotheek, tussen het Erasmusgebouw en het Psychologisch laboratorium, officieel Spinozagebouw geheten, legde men de Thomas van Aquinostraat aan. Deze straat met aan weerszijden laagbouw bood ruimte aan onder andere de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Voor de bouw van het Erasmusgebouw moest het groen achter het Berchmanianum wijken, hetgeen tot protesten leidde. Deze vielen echter in het niet bij de protesten tegen de aanleg van de Thomas van Aquinostraat. Toch werden ze niet geheel terzijde geschoven: de straat en de gebouwen kwamen er evenals nieuwe verbindingspaden tussen de gebouwen, maar veel van de resterende bomen mochten blijven staan.

Inmiddels is het interieur van het Erasmusgebouw aangepast aan de eisen van de tijd. Een prachtige hal doet vermoeden dat hier meer gebeurt dan studeren en wetenschap bedrijven. De echo van de computerloze tijd is verdreven. Overal zijn internetverbindingen. Toch zouden de inwoners van Nijmegen meer betrokken mogen worden bij de universiteit en bij de markante toren in het bijzonder. Bijvoorbeeld door een panorama-restaurant op de bovenste verdieping te vestigen dat ook toegankelijk is voor niet-universiteitsgangers. De verdeelde mening over het uiterlijk van de toren ten spijt: het blijft een boegbeeld van de stad Nijmegen.

 

 

 

 

 

 

 


Huygensgebouw

De afstand tussen A en B is relatief kort op de Nijmeegse campus. De A-faculteiten en medische faculteiten liggen westelijk van de Heyendaalseweg, de B-faculteiten oostelijk. De bètafaculteiten werden in 1957 opgericht en gehuisvest in het Provisorium aan de Kapittelweg. Het aanzicht van de faculteiten bestond destijds uit barakachtige laagbouw tussen berken en rododendrons. Om de eigenheid van de faculteiten te accentueren, plantte professor Linskens de ‘faculteitsboom’ metasequoia glyoptostroboides. Al een jaar later, in 1958, begon men met de bouw van de grote betonnen gebouwen op het Toernooiveld die decennialang de aanblik van de Heyendaalseweg bepaalden. Centraal punt was het Universeel Lab. In het lab bevonden zich de onderwijsfaciliteiten op de begane grond en de onderzoekslaboratoria op de verdiepingen. In het souterrain was het magazijn en de werkplaatsen en activiteiten die niet elders ondergebracht konden worden. Lange gangen onder het gebouw verbonden de diverse bouwdelen met elkaar. De legende verhaalt over ondergrondse gangen die doorliepen tot onder het ziekenhuis, maar de verbinding tussen de B-faculteiten en het ziekenhuis is nooit gevonden. Achter de statige gebouwen werden een botanische tuin, een experimentele tuin en een kassencomplex aangelegd.

In de loop der tijd werden hier en daar wat vernieuwingen aangebracht, maar het oorspronkelijke bouwplan voor dit deel van de universiteit is nooit geheel doorgezet. In 2002 werd gestart met een zeer omvangrijk nieuwbouwproject, terwijl gelijktijdig het Universeel Lab werd gesloopt. In 2007 werd het nieuwe complex onder de naam Huygensgebouw geopend door koningin Beatrix. Hiermee beschikt de Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica over een groot complex aan gebouwen die vrijwel alle bètafuncties in zich verenigen.

Het Huygensgebouw oogt eigentijds en futuristisch tegelijk. Er is veel gebruikgemaakt van glas en stalen belijning die de schuine en ronde vormen benadrukken. Over de binnenkant van de gebouwen verschillen de meningen. De bestaande ruimtes zijn multifunctioneel en toekomstbestendig, maar het leefklimaat is niet erg prettig. De ruim opgezette studeer- en onderzoekslokalen bieden voldoende plaats aan studenten, wetenschappers en overig personeel.

Leslokalen zijn, evenals die van het ROC-gebouw aan het centraal station van Nijmegen, voorzien van grote ramen. De metershoge stickers die wel op het ROC-gebouw zitten, ontbreken hier zodat het gebouw voldoet aan de huidige architectonische stijl van transparantie. Het aspect van megabouw wordt verhuld door tientallen kleine raampjes, die volop daglicht doorlaten.

In de beta-gebouwen ligt overprikkeling op de loer doordat de wisseling van schaduwen de omgeving continu lijkt te veranderen. Een aantal studenten gaf desgevraagd aan hier niet blij mee te zijn en de zonwerende lamellen op prijs te stellen. Ook de onderlinge samenhang tussen de gebouwen word als pluspunt gezien. De korte loopafstanden en de overzichtelijke plattegrond waarderen de studenten zeer.

De open architectuur en het vele glas bevorderen letterlijk de transparantie en het contact met passanten. Een bezoek tijdens een van de open dagen is dan ook een uitstekende gelegenheid om het Huygensgebouw eens van binnen te bekijken.

 

 

 

 

 

Webmaster: Joris Teepe