[ vooraf ]
---
Schandaal Park ’44
---
Laat de Stadskrant uw mening horen

Een sober jubileum
---
[ recensies ]
---
Verstaanbare maar niet wereldschokkende Boeijen
---
De donkere toekomst van gentechnologie
---
[ verder ]
---
|Column|
Intrigant

---
Nijmeegse Zaken
---
Kort en bondig
---
[ cartoon ]
---
Cartoon Rob Derks, augustus 2002
---
Steeds meer kranten stappen over op het formaat van De Nijmeegse Stadskrant
---
[ meest gelezen ]
---
Artikel:
Jubeljaar - deel 1
Editie: februari 2007

---
Artikel:
Eddie en Alex van Halen
en hun Nijmeegse wortels <
Editie: februari 2011

---
Artikel:
Niet de Grotestraat maar de Nonnenstraat
Editie: mei 2009

---
Artikel:
Vlegels, maar wel aardige vlegels Editie: juli 2013

---

Het Nijmeegse Stadskrant
Jubeljaar - deel 1

Al 25 jaar Nijmeegse Stadskrant. Al 25 jaar onafhankelijk en Nimweegs nieuws. Dit medium viert dit jaar een kwart eeuw lokale berichtgeving en wil daar in zijn uitgaven vol trots op terugkijken. Uit de verhalen van voormalige redacteuren blijkt dat het een boeiende, leerzame tijd is geweest. Bijna vanzelfsprekend voor een vrijwilligersorganisatie met ups en downs, maar altijd met enthousiasme en toegewijd idealisme. Een visuele en lezenswaardige terugblik.
door Tim Houwen, Rick Hovens, Rebecca Wolf en Arnout Drent


Fons Tuinstra, voormalig buitenlandcorrespondent China
Mede-oprichter Stadskrant ziet toekomst betrokken media op internet


„Als ik nu weer een Stadskrant zou maken, zou dat niet op papier maar online zijn. Je kunt mensen beter organiseren dan op een pak dooie bomen.” Fons Tuinstra zit sinds 1994 in Shanghai als correspondent, vooral voor VPRO-radio. Inmiddels heeft hij dat werk grotendeels afgestoten. „Door de veranderde positie in de media is het buitenlands correspondentschap erg onder druk komen te staan. Ik ben me gaan toeleggen op internet, een medium waar de VS en China trouwens veel verder mee waren en nog steeds zijn dan Europa.”

Tuinstra is een van de oprichters van de Nijmeegse Stadskrant. Hij herinnert zich nog het eerste redactielokaal in een oude frituur in de buurt van de Piersonstraat. „In het begin was de krant redelijk amateuristisch. Langzamerhand leerden we een echte krant te maken. Maar tegelijkertijd kwam er ook een scheiding van geesten. De oprichters wilden een professionelere aanpak, maar nieuwere redactieleden vonden dat te veel werk en verkozen de oude opzet van een actiekrant. Dat was voor oudgedienden vaak een reden om de meer professionele journalistiek in te gaan.”

Volgens Tuinstra leefde het idee van een alternatief medium naast De Gelderlander al langer. „In Nederland bestonden al meer van dat soort kranten. Niemand vond de berichtgeving van De Gelderlander erg verheffend, zeker niet na de Pierson-tijd. De mensen hadden genoeg van de traditionele politiek en het politieoptreden. De tijd bleek rijp voor de Stadskrant.” Het doel van de oprichting was het verbeteren van de informatievoorziening. „We waren van mening dat we het debat beter konden organiseren dan De Gelderlander dat deed. We slaagden er beter in mensen uit het establishment en van daarbuiten bij elkaar te brengen. Maar we hadden niet de illusie daarmee de wereldvrede te bewerkstelligen.”


Tuinstra deed al enige journalistieke ervaring op bij een universiteitsblad en kon die uitbreiden bij de Stadskrant. „De krant vormde een heel goede leerschool. Je leerde er de basistechnieken van de journalistiek. Voor mij voelde het als een vriendenclub en we hadden een tamelijk goed netwerk. Onderlinge discussies waren redelijk heftig en we pakten elkaar niet zachtzinnig aan. Belangrijk voor ons was om echt met mensen te gaan praten. We hadden er een pesthekel aan als mensen alleen maar hun mening verkondigden. Helaas is daar in de professionele journalistiek vaak geen tijd voor.”

In de periode na de oprichting kende Nijmegen een vrij forse werkloosheid. Afgestudeerde academici zonder werk vonden bij de Stadskrant toch een zinvolle bezigheid. „De eerste jaren hebben we daarover nog aanvaringen gehad met de gemeente. Zij dreigde uitkeringen van redacteuren stop te zetten, omdat hun bijdrage aan de krant als gewoon werk werd beschouwd. Er bestond, ook binnen de redactie, een stroming van mensen die niet ‘wensten deel te nemen aan het klassieke systeem’ en verkozen de uitkering.”


Begin jaren tachtig kende Nijmegen een sterk activistische beweging wat zich met name uitte bij de Piersonrellen. „Wij kregen de indruk dat, als we als blad serieus genomen wilden worden, we niet te veel met die clubs geassocieerd moesten worden.” Zo wilde de redactie bijvoorbeeld ook de kant van de politie horen en stelde zich zelfs netjes voor bij de woordvoerder. „Op een gegeven moment werden we vlak voor een ontruiming door de politie gebeld of we wilden meerijden. Daarover hebben we naderhand in de redactie wel gediscussieerd of dat niet te ver ging. Een professionele aanpak oké, maar dan moet je niet in een politiebusje bij je vrienden van de kraakbeweging aan komen.”

Hij herinnert zich nog een persoonlijke anekdote. „Ik was aanwezig bij een demonstratie van activisten. Plotseling kwam de politie om de demonstratie uit elkaar te drijven. Dat daar honden bij waren, vond ik geen prettig idee, maar ik besloot toch rustig te blijven staan. Het was een interessante ervaring dat die honden mij gewoon voorbijliepen. Blijkbaar waren ze getraind op rennen is grijpen.”

Tuinstra ziet de veranderingen in het journalistieke landschap. „Vroeger heerste de overtuiging dat berichtgeving in kranten te belangrijk was om over te laten aan aandeelhouders. Dat is wel veranderd nu de traditionele media vooral bezig zijn geld te verdienen. Die trend is overigens wereldwijd merkbaar. Het revolutionaire van berichtgeving zit hem tegenwoordig dan ook meer in internet en weblogs.”

Tuinstra had niet gedacht zo lang in Shanghai te blijven hangen. Vorig jaar verbleef hij weer eens langere tijd in Europa. „Maar ik vond het erg saai. Ik verveelde me dood. Het is goed om bij te tanken, maar het tempo van veranderingen in een land als China werkt net als opium verslavend.” (ad)





Vierdaagselopers die protesteerden tegen de aanwezigheid van meemarcherende militairen kregen het soms zwaar te verduren.
foto: Gerard Verschooten, 1984


Plaatsing van het Piersonmonument ter herdenking van de gelijknamige affaire. Binnen enkele uren was het kersverse monument uit protest beklad met rode verf.
foto: Gerard Verschooten, 1984





Geert-Jan Bogaerts, chef internetredactie De Volkskrant
„Ik vond de Stadskrant toen de enige fatsoenlijke krant van Nijmegen”


„Dat niet alles wat je schrijft meteen perfect hoeft te zijn, is het belangrijkste wat ik in mijn tijd bij de Nijmeegse Stadskrant heb geleerd”, zegt ex-Stadskranter Geert-Jan Bogaerts. De Volkskrant-journalist, die van 1988 tot 1990 bij ‘de krant’ heeft gezeten, vertelt dat zijn eerste artikel voor het Nijmeegse blad over IRA-activisten ging. „Ik was toen een beetje een onuitstaanbaar type en vond dat geen enkele letter aan mijn stuk gewijzigd mocht worden.” Ton Hirdes, de toenmalige eindredacteur, dacht er echter anders over. Hij vond het verhaal veel te lang en wilde enkele passages schrappen wat hem eindeloze discussies met Geert-Jan Bogaerts opleverde.

Na het afronden van zijn studie politicologie begon Bogaerts bij de Stadskrant. Daarnaast schreef hij als freelancer voor verschillende bladen. „Een soort stage”, noemt de huidige chef van de internetredactie van de Volkskrant zijn tijd bij het Nijmeegse medium. Toch ging het Bogaerts niet louter om de journalistieke werkervaring die hij bij de NSk kon opdoen. „Mij sprak ook het erg onafhankelijke, autonome van de Stadskrant aan”, legt hij uit. „En de politieke motivatie van de krant paste goed bij mijn eigen politieke motivatie.” Al tijdens zijn studie had Bogaerts vaker een blik in het Nijmeegse blad geworpen. „Ik vond de Stadskrant toen de enige fatsoenlijke krant van Nijmegen.”



De journalisten vormden in de beginjaren van de Stadskrant nog een soort collectief of commune. Die ervaring had Bogaerts in zijn redactietijd niet. „Toen ik bij de redactie kwam, waren er al veel medewerkers met schrijfaspiraties of mensen die graag foto’s wilden maken en die in mindere mate politiek actief waren.”
Opmerkelijke gebeurtenissen uit zijn tijd bij de Stadskrant of spraakmakende artikelen die heel Nijmegen in oproer brachten, herinnert de Volkskrant-journalist zich niet meer. „Ik heb sinds 1990 honderden stukken geschreven”, zegt hij verontschuldigend. Wel kan Bogaerts zich het oude redactielokaal in het noodgebouw aan de Van Oldenbarneveltstraat nog voor de geest halen. Af en toe was het daar erg rommelig en de vergaderingen waren heel informeel. „Wat ik nog wel weet is dat wij toentertijd voor het eerst een computer gebruikten voor de opmaak; een oude Apple”, aldus de internetredacteur. „Ik hielp bij het opmaken mee en vond het werken met een computer toen al reuze interessant.” (rw)




Twee van de plekken waar de NSk een tijdelijk onderkomen vond: De Koopvaart en Cinemariënburg.
foto’s: Clemens Thonen, 1992 en 1986


In 1984 was de binnenstad nog met de auto overal bereikbaar en Plein 1944 één grote parkeerplaats. Plannen voor een parkeergarage onder het plein leidden in de tweede helft van de jaren zeventig tot een compromis. De beoogde Zeigelhofgarage vormde in 1981 de aanleiding voor de Piersonrellen, ook wel Zeigelhofaffaire genoemd. Een schril contrast vormt de autovrije binnenstad van de jaren negentig toen de zogeheten road barriers werden geplaatst.
foto’s: Theo Jennissen, 1984 en Rob Mols, 1996





Lees verder...

 

Webmaster: Joris Teepe