[ recensies ]
---
Afhaalaziaten onder de loep
---

[ verder ]
---
|Column|
Intrigant

---
Nijmeegse Zaken
---
Kort en bondig
---
[ cartoon ]
---
Nieuwe burgemeester
---
[ meest gelezen ]
---
Artikel:
Niets te koop, alles te geef Editie: juli 2013

---
Artikel:
Geloven doe je zo
Editie: december 2006

---
Artikel:
Kort & Bondig
Editie: 2009

---
Artikel:
Probleemaanpak met ballen
Editie: 2009

---

--==Religie anno 2006 ==--
Geloven doe je zo

Geloof is geen vanzelfsprekendheid meer. Kerken kampen nog altijd met leegloop, maar mensen zoeken wel naar antwoorden op hun levensvragen. Ze zijn persoonlijker en bewuster op zoek naar zingeving. Of dat binnen een geïnstitutionaliseerde gemeenschap is, hangt af van wat zij de zoekende gelovige te bieden heeft. Vijf Nijmegenaren leggen uit wat hen aanspreekt en hoe zij religie beleven.

door Frytskje Simonis, Rebecca Wolf en Arnout Drent


Kerk en geloof: geen vanzelfsprekende combinatie

„Je kunt niet zeggen dat mensen minder gelovig zijn dan vroeger. Het is zelfs zo dat mensen tegenwoordig bewuster in de kerk zitten.” Studentenpastor John Hacking werkt nu zes jaar bij de Studentenkerk. Hij ziet heel duidelijk dat een toenemend aantal studenten op zoek is naar zingeving. Met name niet-gelovige studenten zoeken contact met de Studentenkerk. Zij zijn geïnteresseerd in het religieuze en zitten vol vragen.

De groeiende belangstelling voor het geloof gaat niet meer vanzelfsprekend gepaard met betrokkenheid of lidmaatschap van een kerk. Hacking merkt dat jongeren steeds minder toegewijd zijn aan een specifieke gemeenschap. Doordat jongeren niet meer met geloof opgroeien ontbreekt het vaak aan kennis van religie. Dat maakt de traditionele kerkelijke instituties voor hen niet aantrekkelijk. „Ze hebben geen bagage om de kerk en de religieuze praktijk van symbolen en rituelen te kunnen duiden.”

Dat de Studentenkerk er wel in slaagt om jongeren aan te trekken heeft volgens Hacking te maken met de boodschap die ze uitdraagt. „Studenten komen erachter dat binnen onze kerk de zondagse viering maar een klein onderdeel is van een veel groter geheel.”
John Hacking: „Opgroeien met geloof is geen vanzelfsprekendheid meer”.
foto: Jan Lintsen


Geloven mag weer, de schaamte om erover te praten neemt af. Toch is het ook voor de Studentenkerk lastig om een soort gemeenschap op te bouwen. „Jongeren willen minder bij clubjes horen. Daarnaast maakt de doorstroom van studenten het er ook niet eenvoudiger op. Als pastor in een parochie ben je een soort spin in het web – de mensen weten je wel te vinden als ze je nodig hebben. In de Studentenkerk ligt dat anders. De Studentenkerk is slechts een van de vele organisaties op de campus.”

De Studentenkerk richt zich specifiek op studenten en medewerkers van de campus. De universiteit financiert de Studentenkerk grotendeels. Hacking: „De universiteit stelt wel de eis dat iedere student er welkom is.” Zo kunnen ook moslims er terecht. Voor hen is er een gebedsruimte. Volgens Hacking zoeken ook islamitische jongeren steeds meer naar antwoorden. „In tegenstelling tot hun ouders of grootouders zijn ze hier in Nederland opgegroeid. Zij stellen zich daardoor vragen als: Waar hoor ik bij? Streng of liberaal? Hoofddoek of niet?”

Spiegel

De Studentenkerk speelt niet alleen in op de religieuze kant van het leven. Zij organiseert bijvoorbeeld ook wandeltochten. In ontmoetingsgroepen komen naast religieuze thema’s ook maatschappelijke onderwerpen aan de orde; bijvoorbeeld in de eetgroep ‘hutspot of couscous — een groep voor moslims en niet-moslims’ — of de vraag of je mee moet doen aan de verkiezingen of niet. Of docenten worden uitgenodigd om te komen praten over hun eigen motivatie en inspiratie. Op die wijze kunnen ze studenten een spiegel voorhouden met vragen als: Waar sta je? Waar doe je het voor? Wat vind je belangrijk? Hoe hou je het vol?

Naast al deze activiteiten is de Studentenkerk voor Hacking ook duidelijk een kerk waar gevierd kan worden. Elke zondag is er een dienst, soms door studenten zelf georganiseerd. Openheid voor de vragen van jongeren en hun positie en toewijding speelt daarbij een grote rol. Je geloof kan een soort woonhuis voor je zijn waarin jij je prettig voelt. Of jij daar tralies voor zet, dat is een eigen keuze.” (AD)



„God moet een werkwoord zijn”

Machteld Valenkamp: „Bekende en onbekende mensen kunnen je inspireren”.
foto: Rebecca Wolf
„Geloven is voor mij heel bewust leven. En het is een gevoel van ‘er is meer’, een gevoel van dankbaarheid dat je het leven mag leven”, vindt Machteld Valenkamp (25), studente Religiestudies uit Nijmegen. „Geloven betekent voor mij vooral ook genieten van alle mooie dingen die op je pad komen.”

Valenkamp noemt zich gelovig maar is geen lid van een kerkgenootschap. Toen ze achttien was en op kamers ging, schreef ze zich bij haar kerk uit. Valenkamp: „Ik ga niet zo vaak naar de kerk, omdat ik er moeite mee heb dat geloven daar zo vastligt in regels. Voor mij is geloven juist zoeken.” Wel zegt ze inspiratie te vinden in de kerk. „Ik word er op een ander niveau dan alleen op het rationele aangesproken.”

Valenkamp heeft het geloof van huis uit meegekregen. Ze komt uit een protestants gezin. „In het protestantisme ligt de nadruk op de preek en op strenge wijze is het ontdaan van elk gevoel”. Gelukkig waren mijn ouders niet zo koud.
Zij gaven mij mee dat de Bijbel voortkomt uit een traditie waarin mensen door middel van verhalen een boodschap overbrachten. Het letterlijk opvatten van heilige teksten is wat mij betreft de doodsteek voor het religieuze gevoel.” Thuis discussieerde het gezin Valenkamp veel over het geloof en over hoe in het leven te staan. „Geloof gaat voor mij over hoe je met elkaar omgaat, het respect dat je hebt voor de ander. God moet daarom geen eigennaam, maar een werkwoord zijn: het gaat om juist handelen.”

Pi

„Ik ben wel pragmatisch in mijn geloof. Het maakt me niet uit door wie ik ben geschapen en waar ik terecht kom als ik dood ben. Daar kom ik toch niet achter. Liever richt ik me op het hier en nu.” Valenkamp stopt even met praten, denkt na en vertelt dan verder: „Wat ik wel zeker weet is dat ik met anderen samenleef. Goed doen en gericht zijn op de ander, dat is goddelijk. God zit, zo bezien, misschien wel gewoon in jezelf.”

De studente Religiestudies pakt het boek ‘Het leven van Pi’ van Yann Martel erbij om beter uit te leggen wat God voor haar betekent. „Martel beschrijft zijn beeld van God zo: ‘Een in verwarring gebracht intellect, maar een vertrouwd gevoel van aanwezigheid en doelgerichtheid.’ Precies weten wat het goddelijke is kunnen we nooit en dat wil ik ook niet. Voor mij is het doel samenleven in goede harmonie in een gezonde wereld. Er is van alles in het leven waaruit je kracht en inspiratie kunt halen. Dat kunnen de mensen om je heen zijn, maar ook grote voorbeelden als Jezus, Boeddha, Gandhi en Mandela.” (RW)



„Mijn studie heeft mijn persoonlijke geloofsleven versterkt”

„Mijn opvoeding was een echte katholieke met alles erop en eraan. Kerkbezoek, bidden, het was allemaal vanzelfsprekend. Toen ik ging studeren heb ik het katholieke geloof grotendeels losgelaten. Ik bleef wel geïnteresseerd, maar voelde me niet persoonlijk betrokken. Mijn studie heeft niet alleen mijn wetenschappelijke interesse in religie gewekt. Ik voel me ook meer als mens aangetrokken tot het geloof. En dan vooral tot het katholieke geloof, mijn oude roots.”

Remco Graat (29) is derdejaars student Religiestudies aan de Radboud Universiteit. Hij had aanvankelijk alleen een academische interesse in religie en wilde er vooral op een objectieve manier mee kennismaken. Eenmaal begonnen aan de studie, raakte hij meer en meer persoonlijk geïnteresseerd. Ondanks zijn hernieuwde betrokkenheid bij het katholieke geloof twijfelde Graat nog sterk. Zo sterk zelfs dat hij een overstap naar het protestantisme overwoog. Stellig en tegelijkertijd relativerend legt hij uit: „Ik heb grote moeite met de autoriteit van de paus, de positie van de vrouw die geen priester kan worden, en de pracht en praal. Maar ook in het protestantisme loop ik ongetwijfeld tegen zaken aan waar ik bezwaar tegen heb. Daarom trekt de oecumenische vorm van geloof mij zo aan.”
Remco Graat: „Geloofsovertuiging moet ook blijken uit je gedrag”.
foto: Jan Lintsen

Graat is nauw betrokken bij de activiteiten van de studentenkerk. Behalve een bijbelleesgroep zijn gespreksgroepen met thema’s als ‘geloven als ontdekkingsreis’ en ‘omgaan met de dood’ voor hem persoonlijk belangrijk. „Ik wil na Religiestudies een master Geestelijke Verzorging gaan volgen en daarom vind ik dat laatste thema erg belangrijk. Je kunt pas wat voor anderen betekenen op dit gebied, als je zelf voldoende vrede met het gegeven ‘dood’ hebt”, merkt hij nuchter op.

Graat vindt dat de gematigde stromingen binnen de katholieke en protestantse kerken er, jammer genoeg, niet in slagen aansluiting te vinden bij jongeren. De evangelische gemeenschappen slagen daar wel in. „Zij bieden meer duidelijkheid. Ze dragen een orthodoxe geloofsleer op een moderne manier uit. Het oogt ook allemaal een stuk vrolijker.” Maar de groei van dergelijke groeperingen wordt volgens hem meer veroorzaakt door verschuivingen binnen de christelijke geloofswereld, dan doordat buitenkerkelijken zich aangetrokken voelen.

Tsunami

In zijn studieomgeving treft Graat veel gelijkgezinden, mensen die ook zoekende zijn. Hij heeft enige schroom met zijn vrienden buiten Nijmegen over het geloof te praten. Zoekend naar woorden: „Het is moeilijk. Begrijpen ze het wel? Geloven is niet altijd gemakkelijk. Als je in de kerk zit, lukt het wel. Maar als je thuis naar het nieuws kijkt over bijvoorbeeld de tsunami, dan denk je: Waarom gebeurt dit? Waarom laat God dit toe? Aan de andere kant, als je door zoiets niet van je stuk wordt gebracht, moet je wel een blind vertrouwen hebben. Ikzelf denk wel dat er ergens gerechtigheid is voor al het leed.”

Graat hecht veel waarde aan zijn geloofsleven. „Dat moet je uiten in je gedrag naar anderen. Zo heb ik grote moeite met het huidige vreemdelingenbeleid. Voor mij een reden om me in te zetten voor Stichting Gast”, klinkt hij overtuigd. Hij heeft niet het gevoel dat hij zich voor zijn geloofsleven iets moet ontzeggen. Wel beweegt het hem bewuster bij zaken stil te staan. „Vaste gebeurtenissen in het kerkelijk jaar zoals advent en Pasen bieden je de ruimte en de mogelijkheden om met de grote vragen van het leven om te gaan.” (AD)



„De wereld stevent af op samenwerking en vrede”

Charles Hamburger: „Religie is nodig als bindmiddel”.
foto: Jan Lintsen
„De samenleving kan uiteindelijk niet zonder religie”, stelt Charles Hamburger (64). „We hebben een bindende kracht nodig en een moreel kader.” Hijzelf vond dat kader zo’n veertig jaar geleden in het bahaigeloof. De bahai’s zijn volgelingen van de profeet Bahá’u’lláh, die 150 jaar geleden in Iran geboren werd. Hij leerde zijn aanhangers dat innerlijke krachten ons naar een doel stuwen. Dat doel is een wereldbeschaving, vrede op aarde. „De schepping was er niet zomaar”, legt Hamburger uit, „alles wat bestaat heeft een bepaald doel. Het doel van de schepping is het vervolmaken van de geestelijke ontwikkeling van de mens. We moeten de latente eigenschappen die we allemaal in ons hebben ontwikkelen. Deugden zoals vriendelijkheid en medeleven zitten hoe dan ook in onze ziel, we moeten ze alleen leren kennen en ontwikkelen.”


Bijzonder kenmerk van bahai’s is hun overtuiging dat ook godsdienst moet vernieuwen en met de tijd mee moet gaan. Hun religie is nog jong, maar zal, als zij zich volgens de leer ontwikkelt, ook nooit zo oud worden als bijvoorbeeld het christendom. De bahai’s zijn van mening dat godsdienst een houdbaarheidsdatum heeft. Na 500 á 1000 jaar is de wereld wel weer toe aan een nieuwe leer. Daarnaast kennen zij geen geestelijk leiders, maar een democratisch gekozen raad die besluiten neemt. „Iedereen is bij ons gelijk. We bidden, studeren en discussiëren samen en natuurlijk vieren we bepaalde feestdagen zoals de geboortedag van de profeet.”

Verenigen

Ondanks hun opvattingen over vernieuwing, zullen de bahai’s andere gelovigen niet bekritiseren. Hamburger: „We kraken anderen niet af, we zeggen niet dat andere geloven niet goed zijn en we proberen anderen niet te bekeren. We zoeken juist de eenheid in alle godsdiensten, omdat we geloven dat deze in de kern dezelfde boodschap uitdragen.” Ze doen dan ook hun best gelovigen te verenigen. Met deze overtuiging is Hamburger voorzitter van de Raad van Levensbeschouwing en Religie in Nijmegen. Hij bespeurt in de samenleving een steeds grotere hang naar spiritualiteit.

Bovendien ziet hij om zich heen dat mensen met verschillende religieuze overtuigingen elkaar graag willen ontmoeten. Hamburger vertelt er graag over. „Vroeger waren de religies eilandjes, nu kijken de mensen over de schutting heen.” Om in die behoefte te kunnen voorzien en de contacten tussen gelovigen te bevorderen zet de raad projecten op. Ze laten bijvoorbeeld voorgangers ‘preken voor anderma ns parochie’. Het kan dan maar zo gebeuren dat op vrijdag de dominee in de moskee preekt of de imam op zondag in de kerk te vinden is. Ook zijn er projecten met leerlingen van het middelbaar onderwijs, zij bezoeken religieuze plaatsen om kennis te maken met andermans overtuiging.

Hamburger volgt zo de lessen van de profeet en brengt deze in de praktijk. Over de toekomst is hij bijzonder positief gestemd. „De fase waarin de wereld nu verkeert is te vergelijken met de pubertijd, we zijn toe aan een nieuwe fase, die van de volwassenheid. De wereld stevent af op samenwerking en vrede, de religies moeten daarbij hun bindende kracht laten gelden.” (FS)

Wereldwijd heeft het bahaigeloof zo’n zes miljoen aanhangers. In Nijmegen zijn ongeveer twintig bahai’s, zij komen regelmatig bijeen bij mensen thuis. Meer informatie over het bahaigeloof is te vinden op www.bahai.nl



De Bijbel als morele steun

„Alleen liefde voor God geeft voldoening”, vindt Osai (21), studente verpleegkunde uit Nijmegen. „Materialisme en verslavingen kunnen je die nooit bieden.” Het geloof is het belangrijkste in het leven van de jonge vrouw en haar ontmoeting met God noemt ze „het mooiste wat mij is overkomen„. Osai heeft zich nog niet bij een specifieke kerkgemeenschap aangesloten, maar ze noemt zich wel protestants. „Ik moet eerst meer informatie vergaren en de bijbel uitlezen voordat ik ergens helemaal voor kan gaan.”

De meeste van haar vriendinnen ontmoette Osai bij een christelijke studentenvereniging in Nijmegen. Daar komen alleen gelijkgezinden die haar vragen over de Bijbel kunnen beantwoorden en met wie ze kan discussiëren. Af en toe spreekt ze ook met een moslima af. Vriendinnen die niet gelovig zijn, heeft het oorspronkelijk uit Afghanistan afkomstige meisje niet. „Buiten het geloof is er niet zoveel dat je met elkaar kunt delen.” Osai zou graag andere mensen tot het christendom bekeren, vooral degenen die helemaal niet geloven.
Bidden

„In Afghanistan speelde God nauwelijks een rol in mijn leven”, vertelt Osai. In 1996 kwam verandering in haar — tot die tijd niet/nauwelijks bestaande — relatie met God. Toen vluchtte ze met haar ouders, broers en zussen naar Nederland. De vader van Osai, een politicus, dacht westers en keerde zich openlijk af van het toenmalige regime in Afghanistan. Het gezin was daarom niet meer veilig in eigen land. Via omwegen belandde het in Drente waar Osai „een beetje in het geloof is gerold”.. Haar ouders stuurden haar naar een christelijke basisschool, omdat deze hoog stond aangeschreven in hun gemeente. Op die school leerde Osai hoe ze moest bidden en kreeg ze verhalen uit de Bijbel voorgelezen.

Op de middelbare school begon Osai de Bijbel steeds meer op eigen initiatief te bestuderen. Het heilige boek is voor haar een bron waaruit ze morele steun put. „Door deze steun is mijn leven veel rijker geworden.” Ouderwets vindt ze de bijbelverhalen niet. Volgens haar zijn die prima naar de huidige tijd te vertalen en valt er altijd iets van op te steken. Ze is ervan overtuigd dat als meer mensen dat doen, het met Nederland een stuk beter gaat.

Osai: „De normen en waarden in ons land zijn erg aan het vervagen. Jongeren kennen geen grenzen meer. Als het christelijke geloof een grotere rol in onze maatschappij zou spelen en meer mensen de Bijbel bestuderen, weten jongeren weer beter hoe ze zich moeten gedragen.” (RW)

 

Webmaster: Joris Teepe